Artikel J/M over Primitieve restreflexen bij kinderen
Onderstaand artikel verscheen min of meer in deze vorm in het vakblad voor ouders Jongens/Meisjes. De J/M ligt in onze wachtkamers op nr. 79 en 94 voor u ter inzage.
Neuro Ontwikkelingstherapie (Neuro-fysiologische Psychologie)
De Neuro Ontwikkelingstherapie (NOT) gaat er vanuit dat sommige leer- en gedragsproblemen voortkomen uit een verstoorde reflexbeheersing, vertelt Marjolein Aarten, één van de twee NOT-therapeuten die ons land telt. Vanaf negen weken na de conceptie tot in het eerste levensjaar worden reflexen ontwikkeld die een baby helpen zijn eerste maanden te overleven. Aarten noemt als voorbeeld de Moro- of schrikreflex. Deze primaire reflex is heel goed te zien bij een pasgeborene. Als je een baby op zijn rug vasthoudt, het hoofdje ondersteunt en het dan plotseling een stukje laat zakken, zal het kind vanzelf de armen spreiden en z'n adem inhouden. Vervolgens gaat hij om hulp en aandacht schreeuwen. Tijdens het opgroeien moet een kind leren zijn zintuigen te gebruiken om een situatie op mogelijke gevaren te beoordelen. Ontwikkelt hij geen volwassen schrikreflex, dan zal hij steeds - automatisch - te alert op alles reageren. Doordat hij overladen wordt met allerlei prikkels, wordt het kind op den duur hypergevoelig. Dit kan zich uiten in bijvoorbeeld allergieën, hyperactiviteit, of een overgevoeligheid voor licht en geluid.
Bij een normale ontwikkeling doorloopt een kind die automatische bewegingen vóór hij één jaar oud is: daarna zijn ze onder controle gebracht van een hoger deel van de hersenen. Door een ongeluk of emotionele gebeurtenis tijdens de zwangerschap of het eerste levensjaar, kan er echter een stoornis optreden in dit beheersingsproces. De primitieve reflexen verdwijnen dan niet, het kind blijft erin 'hangen'. Als dat bij meerdere reflexen het geval is, kan zo'n ontwikkelingsstoornis invloed hebben op het latere functioneren: op de manier van informatieverwerking, motoriek, oogbeweging, ruimtelijke oriëntatie of verbale en schriftelijke expressiemogelijkheden. 'Kinderen met zo'n stoornis kunnen er op allerlei gebieden last van hebben,' legt Aarten uit. 'Het zijn onder andere de klassiek onhandige types, de bedplassers, hyperactieven of kinderen die niet goed kunnen lezen of schrijven. Sommigen van hen krijgen veel te snel het stempel ADHD of dyslexie opgedrukt. Dat kunnen ze natuurlijk best hebben, maar soms kan dit gedrag het gevolg zijn van actief gebleven reflexen. Als die weer in de goede volgorde zitten, blijken veel problemen vaak vanzelf te verdwijnen.'
Reflexen rechtzetten
Door specifieke bewegingsoefeningen te doen, leren de NOT-cliëntjes afwijkende reflexen onder controle te krijgen. Aarten: 'Die oefeningen bootsen als het ware de reflexen na. Door ze vaak te doen, zullen de reflexen na verloop van tijd in de goede volgorde in de hogere hersenen worden opgenomen.' Zo wordt het centrale zenuwstelsel versterkt en kan het kind primitieve bewegingen leren beheersen. Daardoor nemen ook zijn leermogelijkheden toe. 'Wij zetten het gereedschap in het hoofd recht zodat het leren effectief kan zijn.' Om dat te bereiken moet er wel gewerkt worden. Voor elk kind wordt een persoonlijk dagelijks oefenprogramma opgesteld. Dit moet thuis worden uitgevoerd, op blote voeten en in soepel zittende kleding. Per cluster van zes tot acht weken worden één of hooguit twee reflexen getraind. Om de schrikreflex onder controle te krijgen, schrijft Aarten bijvoorbeeld een oefening voor waarbij het kind in foetushouding drie rondjes van elk één minuut in een draaistoel moet maken. Na die drie keer worden de armen en benen omgedraaid (nu ligt de rechterkant boven, in plaats van de linkerkant) en volgen er weer drie rondjes. Behalve op de Moro-reflex werkt deze oefening ook op andere reflexen. 'De trainingen hebben altijd effect op een groepje reflexen. Alle oefeningen moeten één keer per dag gedaan worden. In totaal duurt het nooit meer dan tien minuten. Maar het moet wel iedere dag. Daar staat of valt het programma mee. 'De goede reflexen moeten immers opnieuw inslijten. En dat kost training en tijd. Een indicatie van de duur van de behandeling is vooraf niet te geven: dat hangt sterk af van het vermogen van het kind om dingen aan te leren en de mate van oefenen. Gemiddeld duurt het één tot anderhalf jaar. 'We gaan door tot alle reflexen in de goede vorm en volgorde door de hersenen zijn opgenomen.'
Methode is nog onbekend
In tegenstelling tot Engeland, waar de Neuro Ontwikkelingstherapie al enkele decennia lang een ingeburgerd begrip is, is deze aanpak bij ons nog niet zo bekend. Marjolein Aarten volgde haar opleiding bij het Engelse Institute for Neuro Physiological Psychology. Vervolgens opende zij in 1999 een praktijk in Leidschendam. Inmiddels heeft Aarten 56 cliënten in behandeling gehad met dyslexie- en ADHD-symptomen of problemen met lezen, schrijven en de coördinatie. Haar cliënten krijgt Aarten voornamelijk via basisscholen en mond-op-mondreclame. Daarnaast geeft ze lezingen. Dat lijkt vruchten af te werpen: zij krijgt inmiddels aanvragen van ouders uit het hele land. Toch is het niet makkelijk om een plaats te verwerven tussen alle erkende therapieën. 'Je komt er haast niet tussen,' verzucht ze. 'Veel artsen en hulpinstanties kennen onze methode niet. Vaak wordt gezegd dat de reguliere hulpverleners, zoals Remedial Teachers en fysiotherapeuten, voldoende hulp kunnen bieden. Ik probeer dan uit te leggen dat ik niet in plaats van, maar als aanvulling op dit reguliere circuit werk. Kinderen die goed functioneren na Remedial Teaching of fysiotherapie hoef ik niet te zien. Het gaat mij echter om de kinderen die na verloop van tijd weer terugvallen: voor hen kan de NOT uitkomst bieden.' Dat komt, volgens Aarten, omdat de NOT de oorsprong van de problemen aanpakt, terwijl de reguliere therapieën zicb vooral richten op de symptomen. 'Voor sommigen werkt dat prima. Maar voor de groep die daar onvoldoende baat bij heeft, zouden reguliere én NOT-therapeuten meer moeten samenwerken.'
Bijna altijd succes
Uit onderzoek van het Engelse Institute for Neuro Physiological Psychology blijkt dat de NOT in 87 procent van de gevallen werkt, mits men zich aan het oefenprogramma houdt. Aarten: 'De cliënten vallen niet meer terug. Als het eenmaal goed zit, is dat voor het leven.' De therapie werkt ook voor volwassenen met gedragsproblematiek, coördinatiemoeilijkheden of op latere leeftijd ontwikkelde neurosen. Ook in gevallen waarbij er meerdere problemen spelen, kan de NOT uitkomst bieden. Zowel bij kinderen als volwassenen. 'ADHD en dyslexie kunnen we op zich niet verhelpen. Maar mensen komen wel lekkerder in hun vel te zitten, ze kunnen beter en op hun eigen niveau functioneren'. Die positieve effecten zijn vaak al in de eerste twee maanden merkbaar. Een wondertherapie dus? 'Absoluut niet,' antwoordt Aarten stellig: 'Wij verrichten geen wonderen, maar zetten recht wat eigenlijk recht hoort te zitten.'

