Persoonlijke hulpmiddelen
U bent hier: Home Penta Therapie Remedial Teaching

Remedial Teaching

Remedial Teaching behelst het onderzoek en de begeleiding van kinderen met leerproblemen en/of gedragsproblemen. Het onderzoek en de begeleiding in onze praktijk is voornamelijk gericht op kinderen binnen het reguliere basisonderwijs. In voorkomende gevallen worden ook kinderen begeleid vanuit het speciale basisonderwijs (voorheen LOM en MLK-onderwijs) en het voortgezet onderwijs.

Leerproblematiek

Leerproblemen bij kinderen kunnen zich voordoen binnen:

  • het lees- en taalgebied, waar de ernstigste vorm zich voordoet in gevallen van hardnekkige dyslexie
  • het gebied van de rekenvaardigheden, alwaar in de ernstigste gevallen gesproken wordt van dyscalculie
  • het gebied van de schrijfvaardigheid, alwaar gesproken wordt van disorthografie
  • het gebied van het informatieverwerkende systeem

Dyslexie

Lezen en schrijven is voor ons allen van uitermate groot belang. Het vlot en met begrip kunnen lezen van teksten kan als een sleutel tot de buitenwereld worden gezien. Hoe geautomatiseerd onze wereld ook mag zijn, het lezen, in tegenstelling tot het rekenen, is een schier niet te vervangen vaardigheid die wij ons zo goed mogelijk moeten zien eigen te maken.

Is het lezen in eerste instantie het middel om te begrijpen wat een ander ons wil duidelijk maken, het schrijven met een correcte spelling is vervolgens het middel die ander weer wat terug te geven in de vorm van een antwoord. Ontstaan er dus problemen bij het leren lezen en vervolgens bij het schrijven van taal, ook wel spelling genoemd, dan kan dit verstrekkende gevolgen hebben. Vroegtijdige onderkenning, signalering en diagnose zijn dan van uitermate groot belang.

Als eenmaal een diagnose is gesteld, kan er vervolgens op effectieve wijze worden gewerkt aan de behandeling van het probleem. In dit opzicht is het van belang, dat het probleem een naam krijgt om op die manier alle betrokkenen bewust te maken van de problemen die de zwakkere lezer en speller heeft en wellicht nog zal krijgen.


Albert Einstein

Ook "de groten der aarde" zijn niet vrij geweest van leerproblemen. Bekende namen uit de historie als Leonardo da Vinci, Winston Churchill en Albert Einstein waren dyslectisch.

Waar we vroeger spraken over �woordblindheid�, is nu de term dyslexie gebruikelijk.

De Gezondheidsraad definieert dyslexie in haar rapport in het voorjaar van 2000 als volgt:

"Dyslexie is een stoornis die gekenmerkt wordt door hardnekkige problemen in de automatisering van de woordidentificatie (lezen) en/of schriftbeeldvorming (spellen)."

De computer en dyslexie

Naast de fenomeen adaptief onderwijs en handelingsgericht werken is er een tweede ontwikkeling gaande binnen het onderwijs en wel die van de computertechnologie. Het betreft hier speciaal de groep dyslectici, al dan niet i.c.m. disorthografie. Voor deze kinderen zijn de remedi�nde en compenserende begeleidingsmogelijkheden door de integratie van computertechnologie sterk toegenomen. Het betreft hier niet alleen de mogelijkheid tot spellingscontrole en grammaticacontrole, maar vooral spraakherkenning en spraaksynthese, welke m.n. geschikt zijn gemaakt voor toepassing op een laptop. De kennis en omgangsvaardigheid is specialistisch van aard en wordt op dit moment nog slechts op zeer beperkte schaal toegepast.

Colored Overlays

Voor sommige mensen is het belangrijk een harmonie te vinden tussen figuur en achtergrond. De 'leesbaarheid' van letters wordt in sterke mate bepaald door de kleur van de achtergrond (het papier) en de kleur en grootte van de letters. Als deze verhouding voor een kind of volwassene disharmonieus is, wordt de technische leesprestatie negatief be�loed. Middels onderzoek in onze praktijk kunnen wij vaststellen of er sprake is van een figuur-achtergrond-disharmonie en kunnen we na onderzoek een oplossing bieden middels het toepassen van de zgn. 'colored overlays'. Deze sheets worden d.m.v. geringe wrijvingskracht statisch elektrisch en �kleven� vervolgens aan het papier van het blad of het boek. Na het onderzoek wordt de meest geschikte kleur van de colored overlays aan de desbetreffende meegegeven en men kan deze op elke platte tekst gebruiken.

Rapid Automized Naming

Deze mooie term staat voor het snel kunnen benoemen van allerhande objecten en symbolen. Het gaat daarbij om het (zo snel mogelijk) benoemen van:

  • stipfiguren
  • cijfers
  • kleine letters
  • hoofdletters
  • plaatjes
  • plaatjesnamen
  • kleuren
  • kleurennamen
  • korte (eenlettergrepige) woorden

Deze test wordt op kalenderleeftijd gescoord en als zodanig ontstaat een uitslag die aangeeft of het kind een snelle, normale of trage algemene benoemsnelheid heeft. De algemene benoemsnelheid kan gerelateerd worden aan het op tempo lezen van losse woorden. Binnen het leerlingvolgsysteem op de basisscholen (LVS) worden tests gebruikt die snel af te nemen zijn en vervolgens een indicatie geven m.b.t. de leesvaardigheid van losse woorden. Voorbeelden van dergelijke test zijn o.a. de Drie Minuten Toets (DMT) van het Cito en de Brus-Voeten EMT van Brus-Voeten (de Brus). Van kinderen die een naar hun leeftijd relatief lage benoemsnelheid hebben mogen we niet verwachten, dat zij een leeftijdsadequate score behalen op de tijdsgebonden leestests. Doen we dit wel, dan doen we die kinderen schromelijk te kort.

Een onderzoek m.b.t. dit fenomeen kan oneigenlijke benadering van een (pseudo)dyslectisch kind voorkomen. In dit kader wordt het pleit gewonnen bij een dergelijk kind een visueel-motorisch onderzoek af te nemen (kan het kind met de op dat moment beschikbare visueel-motorische vaardigheden �upt een tekst wel vlot lezen) of na te gaan op welke wijze het kind informatie verwerkt middels een onderzoek naar het informatieverwerkend systeem. In het laatste geval gaat het om het proces van zgn. neurolingu�ic processing, soms in combinatie met kinesiologisch onderzoek. Blijkt het kind in dit opzicht een beperking te hebben, dan mag nimmer een leeftijdsadequate leesprestatie verwacht worden. Dit geldt dan voornamelijk voor de tijdsgebonden toetsen.

Procesgerichte toetsing houdt geen rekening met tijd, maar kan een diagnose geven m.b.t. de vaardigheid van het technisch lezen. Voor de reguliere basisschool is in de meeste gevallen een productgerichte benadering te realiseren, maar een procesgerichte benadering van de technische leesproblematiek vereist vakkennis, tijd, evaluatie, interpretatie, communicatie met de groepsleerkracht en vervolgens een kindgericht handelend proces. In dit kader is een hechte en vooral snelle samenwerking tussen onderzoeker (CED of extern onderzoeksbureau), InternBegeleider (IB�er) en groepsleerkracht essentieel.

Dyslexie en rekenen

Het dyslectische kind krijgt naarmate de jaren vorderen ook problemen met het rekenen. Los van het feit, dat in toenemende mate inzichtelijk wordt gerekend met gebruikmaking van veel tekst, ook vroeger was het begrijpen van een redactie- of verhaaltjessom al een probleem voor de dyslecticus. Hij of zij kon nog zo goed rekenen, de te verwerken tekst alvorens een som kon worden gemaakt was altijd al een schier onneembare hindernis.

Dyslexie en de hersenen

Dyslexie komt bij jongens ongeveer 4 x vaker voor dan bij meisjes. Waarom dat zo is, is tot nu toe onbekend, hoewel het steeds aannemelijker wordt, dat een neurologische oorzaak gezocht moet worden voor dit fenomeen. Aan iemand met dyslexie is aan de buitenkant helemaal niets te zien. Ook in de hersenen, waar o.a. ons taalcentrum zetelt, zijn betrekkelijk weinig opvallende verschillen te zien. Over de oorzaak van dyslexie zijn grofweg twee opvattingen. De eerste luidt: er is een probleem in de linkerhersenhelft. De tweede is: er is een probleem in beide hersenhelften. Dat er bij dyslexie een probleem is in de linkerhersenhelft ligt voor de hand. Immers, wie het over lezen heeft, heeft het over taal en het taalgebruik staat over het algemeen onder controle van de linkerhersenhelft. Steeds meer gegevens wijzen erop dat dyslexie erfelijk is. Vaak hebben meerdere personen in een familie met dit fenomeen te maken.

Dyslexiebehandeling

Sommige dyslectici lezen traag en spellend, anderen juist weer snel en met veel fouten. De eerste groep is als het ware blijven hangen in een vroege fase van het leesleerproces, waarin de controle van de rechterhersenhelft op het lezen zo belangrijk was. Maar om goed te kunnen lezen moet de linkerhersenhelft er meer bij betrokken worden. Dit doen wij in onze praktijk door middel van bepaalde neuro-psychologische technieken. We reactiveren als het ware de linkerhersenhelft in het totale leesproces. De andere groep, de haastige en slordige lezers, zijn juist veel te vroeg begonnen met het gebruiken van de linkerhersenhelft. Bij hen lijkt het wel of de rechterhersenhelft, die zo belangrijk is voor het goed verwerken van de vorm en de richting van de letters, te weinig betrokken is geweest bij het beginnende lezen. Ook deze hersenhelft kan extra gestimuleerd worden met verschillende therapie�

Een van de technieken die wij in onze praktijk toepassen staat bekend onder de benaming hemisfeerspecifieke of hemisfeeralluderende stimulering, m.a.w. de activering van slechts � hersenhelft.

Signalering en diagnosticering

Steeds vaker krijgen wij kinderen in de praktijk voor onderzoek, welke al een redelijke weg achter de rug hebben met veel extra oefeningen op school dan wel thuis. We raken er steeds meer van doordrongen, dat de signalering nog te veel productmatig is gericht (we merken in groep 4 pas echt, dat er hardnekkige leesproblemen zijn) en te weinig procesmatig. De productmatige benadering kenmerkt zich vaak met veelgehoorde omschrijvingen als: "Het gaat nog niet zo goed" of "We moeten het nog even aankijken", welke er veelal vanuit wordt gegaan, dat de leesproblemen zullen worden "overgroeid". In de praktijk blijkt dit echter veelal "wishful thinking" te zijn. Onze hoop verdringt ons gezonde verstand. Op zichzelf niet meer dan logisch.

Hoe vervelend is het namelijk een kind thuis of op school te hebben, wat niet goed meekan. Vroegtijdige onderkenning is dan ook van uitermate groot belang om vervolgens zo snel mogelijk maatregelen te kunnen nemen ter voorkoming van meer problemen dan er wellicht al zijn. In een vroeg stadium "aan de bel trekken" heeft nog niemand geschaad, over te lang wachten kunnen vele kinderen en hun ouders boeken vol schrijven.

Compenserende middelen

Ingeval er sprake is van een hardnekkige dyslexie en remedi�ng niet veel meer kan bijdragen aan verbetering van de lees- of spellingsvaardigheid, dan zijn compen-serende middelen of methodieken de middelen waar gebruik van moet worden gemaakt.

In deze situatie kan gebruik worden gemaakt van:

  • Een computer op school voor de verwerking van dictees
  • Een laptop voor de verwerking van schriftelijk taalwerk. Zowel computer als laptop kunnen voorzien worden van spellingcontrole
  • Spraak-tekstprogramma�s. Bij deze programma�s gaat het om spraakherken-ning. Onze praktijk heeft zich in de afgelopen jaren actief beziggehouden met dit nieuwe fenomeen op het gebied van dyslexiebegeleiding. We mogen in ons werkgebied spreken van een voortrekkersrol op het gebied van spraakherkenning. In de afgelopen jaren hebben wij een aantal dyslectische kinderen begeleid bij het zich eigen maken en toepassen van spraakherkenningsoftware. Met name voor kinderen met een hardnekkige dyslexie heeft dit minder beperkingen en grotere mogelijkheden gegeven. Onze praktijk begeleidt in voorkomende gevallen ook de implementatie van spraakherkenning binnen het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs.
  • Tekst-spraakprogramma�s. Bij deze programma�s wordt platte tekst door de computer ingelezen en vervolgens kan deze worden voorgelezen aan de gebruiker.


  • De Reading pen. De reading pen is een minicomputer met een volledig digitaal woordenboek Nederlands-Engels en Engels-Nederlands in zich. De gebruiker kan een woord scannen, wat vervolgens via de oortelefoon wordt voorgezegd. De reading pen verhoogt met name de competentiegevoelens van de gebruiker, maar heeft ook een aantal nadelen, die t.o.v. de prijs goed afgewogen moeten worden voordat tot aanschaf wordt overgegaan.
  • De daisyspeler. Een daisyspeler is a.h.w. een geavanceerde diskman met vele mogelijkheden. Via de blindenbibliotheek zijn cd-rom�s beschikbaar met ingesproken boeken. Het dyslectische kind kan vervolgens een boek 'meelezen'.

International Reading Association

De in de Verenigde Staten gevestigde International Reading Association (IRA) is een organisatie die op het gebied van lezen en taal verwerving een hoge naam heeft op te houden. Op vele fronten is deze organisatie actief en voorziet specialisten die zich bezighouden met het leesproces en de taalverwerving van de nodige informatie.

Expertise

Tenslotte is ook de sterk beperkte uitstroom vanuit het reguliere basisonderwijs naar het speciale basisonderwijs (voorheen LOM- en MLK-scholen) oorzaak van de toenemende vraag naar specialistische hulp. Het reguliere basisonderwijs voert een ongelijke strijd. Kinderen met leerproblematiek, die voorheen geplaatst konden worden binnen het speciale basisonderwijs, moeten nu noodgedwongen opgevangen worden binnen de basisschool. Niet iedere school kan hier adequaat mee omgaan en binnen iedere school is niet iedere leerkracht in staat datgene te bieden wat de kinderen met echte leerproblemen nodig hebben. Dit laatste element gekoppeld aan het adaptief onderwijs is mede oorzaak van de toegenomen vraag naar specialistische hulp.

De RTP Brielle streeft naar het volgen en in voorkomende gevallen toepassen van de laatste ontwikkelingen op het gebied van het behandelen van leer- en gedragsproblemen. Wij zijn dan ook aangesloten bij de Landelijke Beroepsvereniging Remedial Teachers (LBRT), de vooraanstaande International Reading Association gevestigd in Newark USA en onderhouden contacten met de National Eye Research Foundation USA. Voorts zijn we lid van de vereniging Balans, een vereniging voor ouders en kinderen met dyslexie, dyscalculie, dyspraxie, ADHD en PDD-NOS. Daarnaast worden in binnen- en buitenland cursussen en seminars gevolgd en congressen bijgewoond.

Dyscalculie

Dyscalculie is de verzamelnaam voor hardnekkige problemen met rekenen en wiskunde. In vergelijking met de term dyslexie is het begrip dyscalculie nog tamelijk onbekend. Daarnaast verschillen deskundigen op dit moment nogal eens van mening over wat er onder dyscalculie moet worden verstaan. Een eenduidige afspraak over het begrip ontbreekt vooralsnog. Het woord dyscalculie komt uit het Grieks. Letterlijk vertaald betekent het "niet kunnen rekenen", zoals dyslexie "niet kunnen lezen" betekent. Maar niet alle problemen met rekenen noemen we dyscalculie, zoals we ook niet alle problemen met lezen en spellen tot het begrip dyslexie rekenen. Vaak spreekt men van dyscalculie als een leerling met rekenen onverklaarbaar veel slechter presteert dan op grond van zijn of haar leeftijd, scholing en intelligentie mag worden verwacht. Men heeft het dan over een discrepantie tussen de mogelijkheden (de intelligentie) van een leerling en zijn uiteindelijke prestaties bij een bepaald vak (of bij een aantal vakken).

In navolging van de definitie van dyslexie zouden we de term 'dyscalculie' kunnen gebruiken als het gaat om:

  • een hardnekkige problematiek
  • waar betrekkelijk weinig verbetering in komt door uitsluitend extra oefening, d.w.z. uitsluitend herhaling van reeds eerder foutief gemaakte sommen en opgaven, of anders gezegd: 'veel van hetzelfde'
  • te maken heeft met een (deels motorisch) automatiseringstekort.

De ontwikkelingsstadia en dyscalculie

De ontwikkeling van ruimtelijke ori�atie begint bij een baby vanuit het eigen lichaam in contact met de omgeving. Begrippen als �ver� en �dichtbij� ontwikkelt een kind al vanuit de wieg. Rond een jaar (als het rechtop gaat staan) ontwikkelt het kind begrip voor �boven� en �beneden�. Naarmate het kind de wereld verder gaat onderzoeken, komen met ongeveer 5 jaar de begrippen �links� en �rechts�. Tussen zijn 5e en 10e jaar leert het afstanden, tijd, en snelheid schatten. Aanvankelijk ziet het jonge kind alleen nog maar details. Vanaf het 2e jaar krijgt het oog voor gehelen en dan begint zich ook het begrip van de verschillende dimensies te ontwikkelen zoals lengte, breedte, hoogte en diepte. Deze ontwikkeling loopt bij een kind met problemen in de ruimtelijke ori�atie veel minder snel, en ook minder volledig. Deze kinderen leren vaak wel veel visuele details waar te nemen, maar ze kunnen die details niet als een beeld onthouden. Het gevolg is dat ze van allerlei situaties geen innerlijk beeld kunnen ontwikkelen, waardoor ze er ook geen geheugen voor op kunnen bouwen.

Dat vormt de oorzaak hun onvermogen om zich ruimtelijke situaties "voor de geest te halen", ze te visualiseren: ze kunnen de beelden niet uit het geheugen oproepen.

Ruimtelijke informatie moet bij deze kinderen dus op een andere (omslachtige) manier worden onthouden. Soms hebben kinderen om heel andere redenen problemen met ruimtelijke begrippen: ze kunnen ook moeite hebben met het benoemen van links en rechts, boven en onder, etc.. Dat komt dan veeleer voort uit problemen met het inprenten van willekeurige afspraken. In dit kader liggen er verbanden met dyslexie en bij voorbeeld het leren van notenschrift bij muziek.

Naast het inzicht in de fysieke ruimte kan een kind met deze problemen het inzicht missen in de temporele ruimte, d.w.z. het verleden en heden en in de sequenti� ruimte, d.w.z. de volgorde van gebeurtenissen. Kinderen die daar mee worstelen hebben vaak moeite om de tijd goed in te schatten. Ze komen vaak te laat, hebben moeite met begrip van de klok, de dagen, de maanden, etc.. Verder kunnen ze moei-te hebben om "procedures" te onthouden. Vaardigheden waarbij dat nodig is, zoals wassen en aankleden, leren ze daardoor minder gemakkelijk. Zulke handelingen kosten het kind meer tijd en moeten door extra oefening worden ingeslepen en geautomatiseerd. Bij een aantal kinderen gaat het probleem met de ruimtelijke ori�atie samen met motorische problemen en / of visueel-motorische problemen. We zien dan dat kinderen zich uiterst onhandig bewegen in de ruimte, veel omgooien (de hand was er al) en overal tegenaan stoten. In zo�n geval spreken we van dyspraxie. Kinderen die hiermee te kampen hebben, overkomt vaak "rare" ongelukjes. Bij deze kinderen is het dus een eerste vereiste de motorische ontwikkeling en ook de visueel-motorische ontwikkeling onder de loep te nemen. In dat kader is een onderzoek door een kinderfysiotherapeut, motorisch remedial teacher, functioneel optometrist of visueel-motorisch therapeut een eerste vereiste.

Rekening houdend met de gegevens uit een dergelijk onderzoek kan de remedial teacher aan de slag ter voorkoming van nog grotere problemen op het vlak van de rekenontwikkeling.

Voor een verdiepende studie:

"Leerstoornissen 1" Theorie en model van prof. J.J. Dumont.

Document acties